De wekker gaat weer vroeg, de broodtrommels staan op het aanrecht en de tassen liggen klaar in de gang. De zomervakantie is inmiddels alweer even voorbij. Voor veel gezinnen betekent september vooral: terug in het ritme. School, werk, voetbal, zwemclub, hockey, muziekles en alles wat daar tussendoor nog in de agenda moet passen. En ergens tussen al die vaste momenten verdwijnt iets wat in de zomer vaak heel vanzelfsprekend was: zwemmen.
In de zomer hoef je niemand uit te leggen waarom water leuk is. Kinderen springen het zwembad in, zoeken verkoeling in een meer of staan op vakantie al met hun zwembroek klaar voordat het ontbijt op is. Volwassenen nemen ook makkelijker een duik als het warm is.
Maar zodra het gewone leven weer begint, krijgt zwemmen soms een andere plek. Dan wordt het al snel iets van zwemles, vakantie of een incidenteel bezoek aan het zwembad. Dat vind ik eigenlijk jammer.
Mijn naam is Max Delissen en ik ben Zwemambassadeur van Alkmaar. Zwemmen en de zwemsport spelen al meer dan 50 jaar een grote rol in mijn leven. In de komende columns wil ik graag laten zien waarom water mij blijft boeien. Niet alleen vanuit sport, maar ook vanuit gezondheid, plezier, veiligheid en alles wat je in het water kunt leren. Want zwemmen stopt niet wanneer je een diploma hebt gehaald.
We vinden het heel normaal dat een kind na het behalen van een zwemdiploma minder vaak naar het zwembad gaat. Logisch ook. Maar zwemmen is net als fietsen, rennen of een bal vangen: hoe vaker je het doet, hoe makkelijker en vertrouwder het blijft.
Een diploma laat zien dat je bepaalde vaardigheden beheerst op het moment dat je afzwemt. Daarna begint eigenlijk het belangrijkste deel: blijven bewegen in het water.
Dat hoeft echt niet altijd serieus of prestatiegericht te zijn. Spelen, duiken, wedstrijdjes doen, van de glijbaan gaan, onder water zwemmen of gewoon een paar banen trekken: het telt allemaal mee.
Juist door verschillende dingen te blijven doen, leer je je lichaam beter kennen in het water. Je wordt sterker, handiger en zekerder. En het mooie is dat je ondertussen vaak niet eens doorhebt dat je aan het oefenen bent.
Misschien is dat wel iets wat we soms vergeten. We praten bij zwemmen vaak over diploma’s, zwemveiligheid en techniek. Allemaal belangrijk, maar plezier is minstens zo belangrijk om ervoor te zorgen dat iemand blijft zwemmen.
Bij Alkmaar Sport proberen we daarom ook breder naar bewegen in het water te kijken. In zwembad Hoornse Vaart en zwembad De Hout zie je dagelijks hoe verschillend mensen zwemmen. De één komt om sportief banen te trekken, de ander om te ontspannen en kinderen willen vooral ontdekken wat er allemaal mogelijk is in en onder water.
Ook binnen Swim is cool, het scholenprogramma van Alkmaar Sport voor leerlingen uit groep 5 tot en met 8, draait het niet alleen om netjes van de ene kant naar de andere kant zwemmen. Kinderen maken in zwembad Hoornse Vaart kennis met verschillende manieren van bewegen, samenwerken en zichzelf uitdagen in het water.
Dat vind ik belangrijk. Want wie plezier houdt in zwemmen, blijft het waarschijnlijk ook langer doen.
En soms blijft het niet bij recreatief zwemmen. Als zwemmen je echt te pakken krijgt, is er ook de zwemsport. In Alkmaar kun je daarvoor terecht bij zwemvereniging DAW. Daar kun je op verschillende leeftijden kennismaken met wedstrijdzwemmen, waterpolo en synchroonzwemmen. Drie heel verschillende sporten, maar allemaal met hetzelfde vertrekpunt: plezier in het water en jezelf blijven ontwikkelen.
Nu de vakantie echt achter ons ligt, plannen we onze weken weer vol. Misschien is dit juist een goed moment om niet alleen te kijken wanneer de training of de muziekles begint, maar ook naar hoe vaak we eigenlijk nog in het water komen.
Dat hoeft niet iedere week drie keer. Het gaat er vooral om dat zwemmen niet langzaam verdwijnt zodra de zwemdiploma’s binnen zijn of de koffers weer op zolder staan.
De zomer mag dan voorbij zijn, het plezier van zwemmen hoeft niet mee met de vakantiespullen te worden opgeborgen.
Zwemmen is leuk!
Met spetterende groet,
Zwemambassadeur Alkmaar
Max Delissen